Dit is
het belangrijkste advies die men een loper kan
meegeven. Dit geldt zowel voor de beginnende als voor de
doorwinterde loper. Alleen een goede schoen kan voldoende
schokabsorptie,
bewegingsstabiliteit en
duurzaamheid bieden. Door de juiste
keuze van loopschoen (merk, type) kunnen kleine
verschillen tussen beide voeten en beenlengte weggewerkt
worden.
Beginners
starten meestal met onaangepast schoeisel. Dit vergroot het risico
tot krijgen van een of andere blessure en derhalve tot het
voortijdig afbreken van de loopsport. Of men nu veel of weinig
loopt doet er niet toe, de juiste loopschoen is echt de
moeite waard.
Aangepaste,
degelijke en duurzame loopschoenen kosten al gauw € 100 tot
€ 150. Dit mag echter geen beletsel zijn omdat het
uiteindelijk de enige belangrijke investering is die een
loper hoeft te doen.
Koop je
loopschoenen in een speciaalzaak, dit is een winkel waar
geschoold personeel ter beschikking staat en waar naast
een loopvloer en tevens video-apparatuur aanwezig is waarmee jouw
looppatroon bekeken kan worden.
Het
verdient de voorkeur dat je de keuze krijgt tussen
meerdere paar schoenen, waarbij de keuze valt op die schoenen waar
jouw looppatroon het dichtst het normale
benadert.
Zorg
voor de juiste schoenmaat en pasvorm Een schoen met
een optimale pasvorm omsluit de voet zonder te spannen en zonder
overtollige ruimte. De nodige bewegingsruimte voor de langste teen
van je voet moet tussen de 5 à 10 mm zijn.
Vervang
uw loopschoenen op tijd. De levensduur van een loopschoen
wordt niet bepaald door de zichtbare uitwendige slijtage. Deze
laatste hangt vooral af van het totaal aantal kilometers dat er met
die schoen gelopen is. In de praktijk stelt men dat een middenzool
tot 800 Km meegaat. Het ontstaan van rimpels is voor een middenzool
of aan één kant samengedrukt zool, dan is de schoen rijp voor de
vuilnisbak ook al heeft hij nog geen 800 Km op de teller
staan.
Goede
raad: loop afwisselend met twee of meer paar loopschoenen,
waarbij er één nieuw en één ouder paar bij zitten. De kans is groot
dat aldus het verschil met een oude en versleten paar duidelijk
voelbaar wordt en het op tijd vervangen wordt. Blessure vermijden
blijft de eerste prioriteit!
woensdag 09 mei 2012 11:51 , in Looptips
Met
behulp van de 2 Km wandeltest, kan voor bijna iedereen
tussen 20 en 65 jaar op een veilige manier de actuele conditie
bepaald worden. De test zal, afhankelijk van de conditie, tussen de
10 en 20 minuten duren. Het te stappen tempo is zo snel mogelijk
doch gelijkmatig. Een goede opwarming vooraf is noodzakelijk net
als een cooling down na de test.
Het
gaat om een meting van een fitheidszone of de bepaling van een
actuele fitheidsindex !
Indien
deze gebaseerd is op de berekende hartslag
volgens de leeftijd van betrokkene, is dit meestal het minst
gunstige resultaat.
Bij een
werkelijke
meting van de maximale hartslag met hartslagmeter, zal
dit een beeld geven die veel nauwkeuriger is. Deze meting houdt
niet enkel en alleen rekening met de leeftijd van betrokkene doch
evenzeer met de BMI. Een persoon met
een maximale hartslag, bij bijna maximale inspanning (submaximale
test), die lager is dan de berekende zal steeds een betere
fitheidsindex hebben.
De BMI geldt voor iedereen tussen de 18 en 65 jaar
maar is niet de alleen bepalende factor voor de algemene gezondheid
of voor het bepalen van onder- of overgewicht. Er moet echter
gecompenseerd worden met de lichaamsbouw, zoals het
werkelijk
vetpercentage, de spiermassa en het
beendergestel. Daarom
is het nodig om de huisarts of een deskundige te
raadplegen.
De
normen voor de BMI
bij kinderen ligt iets anders. Afgerond kan men stellen
dat tot 10 jaar de BMI niet boven de 19 mag komen, tot 13 jaar niet
boven 21, tot 15 jaar niet boven de 23 en bij de plus 16 jarigen
niet boven de 24. Naast deze normen zullen de specialisten ook
rekening houden met de groeicurve ! Hier
geldt nog meer dan voor volwassenen: raadpleeg de kinderarts of een
deskundige !
De
recreatieve sporter heeft voornamelijk nood aan de trainingsvorm
uithoudingscapaciteit of het aeroob trainen. Dit is de
uithoudingsvorm voor “Keep Running” maar ook
voor midden- en lange afstandslopers. Dit is een trainingsvorm die
het hele jaar getraind wordt.
De
kenmerken van zo een training (duurloopvorm) zijn:
* Volume volgens ieder niveau
* Lage
inspanningsintensiteit
*
Eventueel in combinatie met een intensiever gedeelte
*
Gefractioneerde duurlopen met korte rustpauzen
De
basiseigenschap bij uitstek voor de recreatieve sporter is de
uithouding. Deze duurloopvorm zal een looptempo hebben
enerzijds volgens het kunnen van de recreant en anderzijds
volgens het door hem of haar gewenst specifieke doel. De
duur of lengte van de duurloop is afhankelijk van de
getraindheid van de “Runner” in functie van
zijn of haar leeftijd en de te bereiken
doelafstand.
Naast
deze duurloopvormen is er ook de mogelijkheid om interval te
trainen maar dan wel “Aëroob”. Voorbeelden
hiervan zijn:
* 30” aan 100% van de
vVO2max - 30” actieve rust aan 50% van de
vVO2max
* 1 tot
6’ aan 90% van de vVO2max
*
Inspanningen van 2’ tot 20’ aan VIAD tempo (bij
voorkeur met hartslagmeter)
Definitie
vVO2max: dit is de snelheid bij
VO2max en zeker NIET de maximale snelheid.
Volgens de capaciteiten van de runner is dit te bepalen via de
6’ testloop of de afgeleide 3’ testloop (V. Billat
principe).
Definitie
VIAD tempo: de Vermoedelijk
Individuele Anaërobe
Drempel tempo is het maximaal tempo zonder in
zuurstofschuld te komen of trainen tegen de bovengrens van de
aërobe drempel. Dit is trainen tegen het zogenaamde omslagpunt
of de drempelsnelheid. Voor een beginner is dit een snelheid van
onder de 2m/sec, de recreant zal tot 2,5m/sec halen (Ook terug te
vinden op de tabellen van V. Billat).
Als de
behoeft zich voordoet kan wat snelheidstraining aangewend
worden over afstanden tussen 60 en 120m of een variatie daarop
waarin in het midden 20 à 30m sneller wordt gelopen. Ook vliegende
starts over 20 à 30m kunnen een alternatief zijn.
Daarnaast
is het altijd nuttig om evenwicht, coördinatie, lenigheid en
wat loopscholing te voorzien voor deze groep van
“Runners”.
Een
gouden raad voor deze groep is volgende:
* Ga
creatief om met deze trainingsvormen.
* Zorg
dat ze motiverend overkomen, de conditie onderhouden
en leuk zijn om in groep te doen. Voldoende
afwisseling is dus ook hier het aanbevolen
stramien.
Mogelijke
begeleidingsvorm (te putten uit bovengaande):
*
Opwarming + oefeningen
*
Duurloopvormen uit bovenstaande
*
Alternatieven zijn de fartlekvorm of in
aflossingsvorm
* Loopopdrachten als
herhalingsloop, een testloop, leren in negatief split lopen, in
& outs, lopen met wandelpauzes kunnen verder heel wat variatie
opleveren.
* Deel
de loopgroep in volgens kunnen en wees creatief met hen
!
Opmerking
: het is ook interessant om eens het oefenpakket voor de
atletiekjeugd en de alternatieve wedstrijdvormen van Fun Atletiek
for Kid’s te bekijken en inspiratie op te doen op gebied van
oefenvormen voor de “Recreant-Keep Runner”
Begin
eerst en vooral goed voorbereid !
Houd er
rekening mee dat je lichaam weinig inspanning gewend is. Het
is daarom belangrijk dat je de twee volgende regels goed
onthoudt:
Koop de juiste loopschoenen: loopschoenen zijn je
belangrijkste instrument om blessurevrij te kunnen lopen. Besteed
tijd om informatie over schoenen te verzamelen, zoek uit welk type
schoen het beste bij jou past en koop je loopschoenen bij een
running speciaal zaak. Onthoud dat schoenen een beperkte levensduur
hebben, circa een 800 Km.
Maak een plan: maak tijd voor het lopen vrij, plan onze
"Start2Run" cursus in je agenda. Je wordt er proffessioneel
begeleid door gediplomeerde mensen en je krijgt er tal van nuttige
tips en antwoorden op bijna al je vragen. Klik dus op onze link
"Start to Run" waar binnekort meer inlichtingen
verschijnen.
Train verantwoord: je trainingen
moetengeleidelijk opgebouwd worden, bij ons ben je zeker bij het
juiste adres. Onze schema's zorgen voor een goede
afwisseling tussen "arbeid en rust". Hierdoor heb je minder kans op
blessures. Na verloop van tijd zal je in staat zijn om tot
30 minuten achter elkaar te lopen.
Trainingsprincipe: regelmaat is de boodschap wat wil
zeggen 3 x per week om de juiste prikkels tussen de rustmomenten te
bezorgen. Trainin een comfortabel tempo om de andere dag. Train met
wandelpauzes inbegrepen tot minimaal 30 minuten.
Het juiste tempo: we raden aan om rond de 65 % van je
maximale hartslag te trainen. Luister naar je
ademhaling, als je niet loopt te happen naar adem en nog een
gesprek kunt voeren terwijl je loopt, loop je in het juiste
tempo.
Warming up en cooling down: steeds minimaal 5 minuten
wandelen over snel wandelen tot zelfs dribbelen met wat
bewegingsoefeningen. Dit behoort niet tot de 30 minuten
trainingstijd. De cooling down is ongeveer zoals de warming
up en duurt ook minimaal 5 minuten. Hierna doe je een rustige
streching.
Besteed aandacht aan pijn: zorg voor een goede arbeid-rust
verhouding en gebruik pijn als een graadmeter. Als je niet kunt
lopen ga dan wandelen. Kun je niet meer wandelen ga dan fietsen en
kun je niet meer fietsen ga dan zwemmen. Voor herstel doe je gewoon
de omgekeerde volgorde.
Lopers hebben de neiging om altijd
snel te lopen. Het is niet altijd het beste in de ontwikkeling van
de loper. Loop ook eens traag. Een herstelloop is er niet voor
niets. Variëren heeft een doel.
Na een intensieve training volgt steeds rust. De gedachte erachter
is dat de prikkel veel groter is om sterker en sneller te worden.
Maar aan ieder lichaam en individu is er een grens aan maximale
inzet.
Doe enkel wat haalbaar is voor jouw lichaam. Besteed ook aandacht
aan rompstabiliteit, kracht, flexibiliteit en technische
oefeningen.
Herstel is belangrijk. Herstel en rust na de training is geen los
onderdeel maar een vast onderdeel van de training.
Iedere loper weet dat hij meteen iets moet eten en drinken om de
ontstane tekorten aan te vullen. Beschouw die tijd na de training
als onderdeel van je training. Vooral na een wedstrijd, ga naast
het eten en drinken ook uitlopen gecombineerd mat wat lichte
oefeningen. Samen met het douchen heb je al gauw een periode van
een half uur tot een uur nodig om weer terug in een staat te zijn
om te kunnen nadenken en reageren.
Na een intensieve wedstrijd of lange duurlopen heb je wel een
herstelloop verdiend. Loop tot 35% langzamer om je lichaam echt te
laten herstellen en ontspannen.
Je hebt dit langzame tempo nodig. Door de rust direct na een
training en de invloed van de herstelloop, kom je helemaal bij van
die intensieve trainingsprikkel.
Zonder herstel pleeg je roofbouw op jezelf. Het is wel zoeken
hoeveel rust en herstel je nodig hebt voordat het weer tijd is voor
de intensieve trainingsprikkel.
vrijdag 06 januari 2012 16:15 , in Training